Wie ben ik zonder mijn verhaal?
Een reflectie over identiteit, heling en de stille moed van één kleine stap.

Er is een vraag die de meesten van ons nooit rechtstreeks aan zichzelf durven stellen, niet omdat we haar niet voelen sluimeren onder de oppervlakte, maar omdat het antwoord te kwetsbaar voelt, te onzeker.
Wie ben ik als ik mijn verhaal loslaat?
Ik zit al een tijdje met deze vraag, als coach die met anderen werkt, maar ook als mens die het zelf onder ogen heeft moeten zien.
Het verhaal dat voelt als waarheid.
Onlangs had ik een gesprek met een vrouw die al een tijdje wou afvallen, maar er gewoon niet aan toekwam. Niet omdat ze het niet wou. Niet omdat het haar niet kon schelen. Iets hield haar tegen.
Haar verklaring: ze moest eerst haar pijn en trauma's uit het verleden helen. En daarna, pas daarna, kon ze in actie komen.
Ik begreep waar ze vandaan kwam. Wat haar in het verleden was overkomen was echt. Pijnlijk. Ingrijpend. Wat je ook meedraagt, het verdient om met zorg te worden ontvangen.
Ik was nieuwsgierig en ik begon zachtjes de gedachtenreeks te bevragen die ze had geconstrueerd: eerst helen, dan handelen. Want die gedachtentrein kent geen eindstation.
Heling, wanneer we die als voorwaarde zien voor het leven, voor liefde, kan eindeloos voortduren. En ondertussen blijft het leven net buiten bereik.
Toen ik dit aan haar teruggaf, raakte ik iets dieper. Haar verdedigingsmuur ging op, alsof haar verhaal zelf beschermd moest worden.
Ik merkte iets op in dat moment. Eerder herkenning. Want heling van trauma is onbedoeld, voor sommigen van ons, een schild geworden, niet alleen tegen uitgedaagd worden, maar tegen anders kijken, niet naar het trauma zelf, maar naar wie we in essentie zijn.
Waar we onze aandacht op richten, groeit.
Sydney Banks, de filosoof en leraar wiens inzichten de basis vormen van de Drie Principes, sprak vaak over het ware zelf, het zelf dat bestaat vóór de gedachte, vóór het verhaal, vóór de pijn van alles wat ons is overkomen.
Zijn inzicht was niet dat we ons verleden moeten onderdrukken of negeren. Maar hij wees op iets veel meer diepgaands: ons lijden wordt niet veroorzaakt door onze omstandigheden. Het wordt gegenereerd door gedachten, meer bepaald door de gedachten die we behandelen als permanente, feitelijke beschrijvingen van wie we zijn.
Wanneer we eindeloos in het verleden graven op zoek naar de wond die het heden verklaart, houden we onszelf in feite binnenin die wond. We maken haar tot de centrale spil van onze identiteit. Waar we onze aandacht op richten, groeit, het verhaal dat we blijven herhalen wordt het leven dat we ervaren.
Dit is geen reden om pijn te omzeilen. Het is een uitnodiging om op te merken dat jij degene bent die het verhaal in leven houdt.
De stille ruimte die me bang maakte
Ik ken dit terrein van binnenuit.
Jarenlang wilde ik afvallen, maar vooral ik wilde meer sporten. En jarenlang onderhield ik een uitputtende innerlijke dialoog, mag ik dit eten, beter van niet, vandaag heb ik het verpest, ik zou meer moeten bewegen, morgen begin ik opnieuw. Een voortdurende onderhandeling met eten, met mijn lichaam, met een onzichtbare jury die altijd aan het oordelen was. Het was uitputtend. Het constante geroezemoes liet geen ruimte voor de stilte waarin iets diepers gezien kan worden.
Op een gegeven moment begon ik te beseffen dat onder al dat lawaai iets veel rustiger lag, een natuurlijke wijsheid die er altijd al was.
Het werk van Byron Katie gaf me een manier om die hardnekkige gedachten rechtstreeks te bevragen, niet om ze te bestrijden, maar om simpelweg te vragen: is dit waar? En vanuit dat onderzoek begon een diepere vraag op te komen.
"Wie zou ik zijn als ik deze gedachten niet meer zou denken?"
Het antwoord was: ik wist het niet. En dat niet-weten voelde angstaanjagend. Het mentale geklater, hoe oncomfortabel ook, was zo vertrouwd geworden. Het was, op een vreemde manier, een vorm van gezelschap. Een manier om het gevoel te hebben dat ik iets deed, ook al deed ik niets.
De stilte daarachter voelde kwetsbaar. Bijna gevaarlijk.
En toch begon er iets los te komen. Niet door inspanning of spectaculaire inzichten, ik kon niet echt wijzen op dat bijzondere moment van helderheid, maar ik voelde dat er iets verschoof.
Op een middag liep ik voorbij een kleine, intiemere sportschool. Ik had het niet gepland. Ik was op weg naar een vriendin. Ik stopte gewoon. Liep terug en ging naar binnen. Vroeg om een afspraak.
Dat was het.
Sindsdien ga ik twee keer per week. Er zijn geen eindeloze gedachten meer over. Ik ga gewoon. Het geroezemoes dat vroeger zoveel ruimte in mijn hoofd innam is grotendeels verdwenen, niet omdat ik het bestreden heb, maar omdat ik het niet meer voed. Niet de analyse, maar de actie bracht me dichter bij mezelf.
Het ware zelf, voorbij de vorm van de dingen
Wat er voor mij verschoof was geen wilskracht. Het was geen beter plan, meer inspanning of een strengere aanpak.
Het was een gevoeld besef van wie ik in essentie ben. Niet het lichaam dat ik probeerde te veranderen. Niet de gedachten die ik probeerde te beheersen. Iets stiller en stabieler daaronder.
Sydney Banks wees hier naar. Er is een zelf dat bestaat vóór het verhaal. Vóór de wond. Vóór de identiteit die we hebben opgebouwd rond wat ons is overkomen. Het is er altijd, altijd beschikbaar, niet als een bestemming die je bereikt na genoeg heling, maar als de grond waarop je nu al staat.
Vanuit mijn eigen ervaring, en vanuit het werken met anderen, weet ik dat de weg terug naar jezelf soms niet door de analyse van het verhaal gaat. Maar eerder door die kleine, ongeplande daad van een deur binnen te stappen.
Een slotgedachte
Heling en vooruitgaan zijn geen twee aparte fases. Soms zijn het dezelfde beweging.
Het verhaal dat je meedraagt is echt. Maar jij bent je verhaal niet. En de vraag, wie ben ik zonder dat verhaal? is geen bedreiging, het is een uitnodiging.
En die uitnodiging ligt er nu, zonder dat je er klaar voor hoeft te zijn. Volg je nieuwsgierigheid. Probeer iets uit. Vertrouw dat buikgevoel die je al een tijdje iets influistert.
Geschreven vanuit persoonlijke ervaring en reflectie, als coach, counselor en mens die ooit buiten aan de deur van een sportschool stond en besloot naar binnen te gaan.
.